Home

 
 
 In het historische vestingstadje Heusden wordt nog een middeleeuws ambacht uitgeoefend: kaarsenmaker. Toon Verschuren werkt in D’n Kaarsenstal waar hij kaarsen dompelt, het oude ambacht in leven houdt en gepassioneerd over het vak en de kaarsen praat. In D’n Kaarsenstal kan je Toon aan het werk zien, de handgemaakte kaarsen aanschaffen en zelf ook eens proberen hoe het is om een kaars te maken.  

  Geschiedenis kaarsen

  De kaars was in vroeger tijden de belangrijkste lichtbron. Pas in de Romeinse tijd wordt de kaars wat meer gemeengoed. Kaarsen werden toen gemaakt van bijenwas of vet. De bijenwaskaarsen waren bestemd voor de kerken en de rijke burgers. De kaarsen van vet (vaak resten van eten) waren een stuk goedkoper en bestemd voor het gewone volk. De vetkaarsen walmden, gaven roet, dropen en roken zeer onaangenaam. De pit was gemaakt van in elkaar gedraaide katoendraden, waarvan het verkoolde uiteinde afgeknipt moest worden (gesnoten).

Het oude ambacht: kaarsenmaker

  In de Middeleeuwen nam het gebruik van kaarsen explosief toe. Kaarsenmaker werd een gerespecteerd beroep. De kaarsenmakers verenigden zichzelf in gilden en er werden veel vernieuwingen doorgevoerd. Zo werd er een pit bedacht van gevlochten katoen. Deze walmde niet meer en hij brandde gebogen. Het uiteinde van de pit kwam in het heetste deel van de vlam terecht en werd zo op lengte gehouden. Hierdoor werd het snuiten overbodig. Ook werd stearine ontdekt, een grondstof die de brandkwaliteit sterk verbeterde: de kaars brandde met een heldere vlam, walmde minder, droop niet meer en de kaars werd niet meer slap als hij warm werd. Begin 19e eeuw werd paraffine ontdekt, een stof met een hogere lichtintensiteit dan stearine en bovendien een stuk goedkoper.  

Het maken van een kaars: dompelen

  De oudste methode voor het maken van kaarsen, die teruggaat naar de Romeinse tijd, is dompelen. Dit wordt ook wel tonken genoemd. De pit wordt in gesmolten was  gedompeld en omhooggetrokken. Als de was is uitgehard volgt een volgende dompeling, waarna het opnieuw uithardt. Zo ontstaat er laag voor laag een kaars.
  Later werd het gieten van kaarsen geïntroduceerd. Tegenwoordig worden de meeste kaarsen gegoten of geperst. Maar het dompelen en handmatig vormen van kaarsen wordt op een aantal plekken in Nederland nog steeds toegepast. Eén van die weinige plekken is In D’n Kaarsenstal in het historische vestingstadje Heusden.      
 

Kwaliteitskaarsen  

  Kwaliteit is onlosmakelijk met het oude ambacht verbonden. Het proces van handmatig laagje voor laagje een kaars dompelen zorgt daarvoor: de rust, de liefde voor het product, de kennis van het vak, de grondstoffen… Alles draagt bij aan een kwaliteitskaars die niet walmt, niet ruikt, niet druipt en mooi gelijkmatig opbrandt.

  In d’n kaarsenstal  

Toon leerde het ambacht op de ouderwetse manier via overdracht van meester op leerling. Hij was gretig, enthousiast en daagde zichzelf steeds meer uit met nóg moeilijkere opdrachten, waardoor hij het vak snel in zijn vingers kreeg. Hij had zijn passie in het leven gevonden.   Kaarsen kunnen op maat en naar wens ook op kleur gemaakt worden. Ook voor jubileumkaarsen (huwelijkskaarsen, geboortekaarsen, doopkaarsen) en grote of speciale kaarsen zoals kerkkaarsen is In D’n Kaarsenstal het juiste adres.   Toon staat achter het dompelvat met parafine en bezoekers kunnen het ambachtelijk dompelen van kaarsen van dichtbij bekijken, of zelf ervaren door een workshop te volgen. De liefde voor het vak draagt Toon ook uit door er met passie over te praten.